In alle jaren dat we in Haarlem woonden is Moos nooit met een grotere prooi dan een elastiekje aan komen zetten. Beertje kwam nog wel eens met een muisje aan. Dan zei Simon: “Goed zo Beertje, knappe meid ben je toch!”. Maar katten van tegenwoordig doden hun prooi niet meer dus dan moesten we de rest van de avond proberen een gehavend muisje te vangen die dan weer in de éne en dan weer in de andere hoek schoot. We maakten dan een doosje met krantenknipsels, water en stukjes kaas waarin het muisje dan een nachtje bij kon komen en dan lieten we hem de volgende ochtend een eind verder buiten weer los.
Eén keer was een muisje zo verlamd van angst dat die de rest van de avond in Simon’s elleboog heeft doorgebracht terwijl Simon allemaal lieve woordjes tegen hem zei. We hadden er bijna een huisdiertje bij maar de katten vonden hem ook zo leuk.
Dat muizen vangen was in ieder geval niet zo gênant als onze buurkat Saartje die bij alle open ramen naar binnen ging en dan sokken, ondergoed en zelfs een keer een trui voor haar baasje mee nam. Eens in de zoveel tijd ging de buurvrouw dan met een zak kledingstukken alle deuren in onze straat langs en dan kon je kijken of er iets van je bij zat. Toen ik een keer een dure wandelsok kwijt was heb ik bij haar aangebeld en hing die keurig over een rekje bij haar in de keuken. Ze probeerde me ook nog wat onderbroeken te slijten maar die waren niet van mij.
Minou heeft ook nooit wat gevangen alleen toen ze klein was pakjes zakdoekjes. En Moos is dus nooit verder gekomen dan elastiekjes. Tot vorige week, toen er ineens een duif naar binnen vloog. Het ging heel snel. Ik hoorde een hoop geklapper en hij vloog meteen door naar de keuken, alle katten erachteraan en Moos sprong en had beet. Luid grommend hield hij de duif in zijn bek. De duif ademde nog zag ik maar het leek alsof Moos zijn kopje in zijn bek had dus ik dacht dat de duif snel zou stikken.
Ik hoopte dat hij of zij geen maatje had want als wij uit ons raam kijken zien wij een richeltje met van die ijzeren pinnetjes en daar lag laatst een duif dood. Een andere duif heeft er meer dan een half uur omheen gelopen en geprobeerd zijn maatje weer overeind te duwen. Dat was heel zielig om te zien.
Ik hoopte ook dat de duif snel dood zou zijn omdat ik een paar weken geleden had geprobeerd de dierenarts een duif uit zijn lijden te laten verlossen maar dat was niet gelukt. Ik zag een gewonde duif op straat liggen die telkens probeerde op te staan maar dan gleden zijn pootjes weer weg en het leek alsof er wat ingewanden uit hem hingen. Ik ben toen terug naar binnen gerend voor een handdoek en ben snel met de duif in de handdoek naar een dierenarts gelopen. Gevraagd of hij hem een spuitje kon geven maar dat deden ze niet. De dierenambulance was weg bezuinigd maar hij kon de politie bellen en die zouden hem dan op komen halen. “En dan?” “Dan laten ze hem los in het bos.” Ik heb de duif daar achter gelaten maar ik had hem beter op straat kunnen laten liggen denk ik.
Maar goed, na een tijdje kon ik de duif in Moos’ bekje beter bekijken en zag ik dat zijn kopje toch niet in Moos zijn bekje zat. Misschien zou hij dus toch niet stikken. Ik face-timede Klaas wat ik moest doen want Klaas is van het survivallen en het platteland en ongewenste ratten met zijn luchtbuks doodschieten. Klaas zei dat ik de duif zijn nek om moest draaien maar ik wist niet hoe ik dat moest doen zonder flauw te vallen of over te geven. Een vogel kan zijn kopje alle kanten op bewegen dus die draai je niet in 1 keer de nek om dacht ik zo, meer in twee, drie keer draaien lijkt me maar misschien klopt de uitdrukking de nek om draaien ook helemaal niet, is het meer een kwestie van de nek naar de zijkant omknakken zeg maar. Ik kreeg helemaal slappe knieën toen ik daar allemaal aan dacht.
Klaas zei dat ik ook een schep achter zijn kopje kon zetten maar ik had geen schep. Linde van 6 kwam ook even face-timend kijken wat er aan de hand was. Ik vroeg haar of zij de duif dood zou durven maken. “Ja hoor”, zei ze, een grote bubblegum knauwend. “Hoe dan?” vroeg ik. “Gewoon, ik pak hem en dan met een mes.”
Klaas opperde gelukkig nog een klap geven met de koekenpan. Dat leek me de beste optie, we hebben een zware creuset koekenpan.
Maar vooralsnog had Moosje de duif nog steeds grommend in zijn bek en ik durfde hem er niet uit te pakken. Na een tijdje kreeg Moos echter kramp in zijn kaken denk ik en liet de duif even los. Ik pakte snel papier om onder de duif te leggen, een handdoek en de koekenpan. Inmiddels had Moos de duif weer vast maar hij begon moe te worden dus liet al snel weer los. Ik gooide gauw de handdoek over de duif en zag dat hij nog leefde maar veel was het niet meer. De duif lag op wat papieren en ik stond met de koekenpan omhoog geheven maar mijn arm stokte telkens ter hoogte van mijn knieën. Ik kon ook niet goed zien waar zijn kopje nu onder de handdoek lag en kreeg een vaag idee van de bende die het kon worden. Ik stond helemaal te trillen en kreeg toen het idee om de duif met handdoek en papieren in een plastic zak te schuiven en dicht te knopen.
Toen heb ik de balkon deuren verder geopend en heb ik de tas een aantal malen heel hard op de grond geslagen totdat ik er dacht ik wel vanuit kon gaan dat hij niet meer leefde. Het was heel akelig maar ik denk dat de politie dieren die uit hun lijden verlost moeten worden voortaan wel bij mij kunnen brengen. Na 2 uur trilde ik al niet meer.